kaatsheuvel

Gemeenten met een missie?

In: Transmissie 18-1 2009 (IZB/GZB)

Het vraagteken in de titel staat er niet voor niets. Of de gemeenten van Paulus missionair actief waren, is in de hedendaagse Bijbelwetenschap een punt van discussie. Wie kijkt naar de snelle verbreiding van het christelijk geloof in de eerste eeuwen, vermoedt al snel dat naast apostelen zoals Paulus ook gewone gemeenteleden en gemeenten in zending actief waren. Maar is zo’n stelling vanuit Paulus’ brieven te onderbouwen? Deze vraag stond centraal in mijn afstudeeronderzoek aan de subfaculteit Godgeleerdheid in Utrecht. Het werd een boeiende zoektocht, waar ik op uitnodiging van de redactie graag iets over schrijf.

Paulus’ missie
Wie de missionaire betrokkenheid van de paulijnse gemeenten onderzoekt kan niet heen om de rol van Paulus zelf. Wat bezielde hem om er al zijn krachten aan te geven dat het evangelie de heidenen zou bereiken? Paulus wist zich hiervoor geroepen vanuit de ontmoeting met Jezus Christus. Ik ontdekte dat Paulus’ Joodse wortels hier meespelen. De bekering van heidenen hoorde volgens de Joden bij ‘de laatste dingen’ van de wereldgeschiedenis. Paulus ontdekt dat in kruis en opstanding die laatste fase is aangebroken en hij weet zich daarin ingeschakeld. Het ‘einde der tijden’ nam in zijn missionaire verkondiging dan ook een belangrijke plaats in.
In het verlengde van deze ‘laatste dagen’ waarin God de heidenen laat delen in het heil, spreekt Paulus over het Woord van God alsof het een zelfstandige kracht is die zijn werk doet. Het is dat Woord wat de wereld overgaat en dingen in beweging zet. Het is niet alleen een verhaal over redding, maar het bewerkt die redding ook. Die kracht is het geheim achter het  zendingwerk in de eerste eeuw.

Daarmee zijn twee elementen boven gekomen die voor mij als gelovige en als evangelist belangrijk zijn. Al moet ik wel zeggen: de gedachte van een naderend einde sloot in Paulus dagen meer aan bij het levensgevoel van mensen. Toch zie ik het wel als een belangrijke achtergrond bij het missionaire werk vandaag: nu kan het nog! Het evangelie als een kracht van God die iets teweeg brengt is een reden om in het missionaire werk mensen te confronteren met Bijbelteksten. De gedachte dat alleen preken voldoende is omdat het Woord zijn werk wel doet lijkt me een valkuil. Is het in Nederland niet eerder een punt van verlegenheid? Alle preken ten spijt, loopt de kerk verder leeg.

Over Paulus gesproken viel mij als derde op dat hij niet zomaar een rondreizend prediker was. Zo was hij misschien wel samen met Barnabas begonnen, maar na verloop van tijd heeft Paulus zijn eigen strategie ontwikkeld: hij sticht gemeenten in de grote en invloedrijke steden van het Romeinse rijk. Wanneer het enigszins kan laat Paulus de gemeente weer achter om zijn werk elders voort te zetten.
Dit pleit ervoor dat gemeenten ook op het punt van zending dus hun verantwoordelijkheid namen.


Medewerking
In Paulus’ brieven merken we hoe dit gestalte krijgt in ondersteuning door gebed, giften en praktische hulp voor de apostel. Zo vraagt hij bijvoorbeeld om door de gemeente ‘voortgeholpen’ te worden {yootooltip title=[(1 Kor 6:16) ] width=[400]}16 Of weet u niet dat wie zich met een hoer verenigt samen met haar één lichaam wordt? Want de Schrift zegt: ‘Zij zullen één lichaam zijn.’{/yootooltip} een term die op vergaande hulp wijst (tot en met meereizen van gemeenteleden aan toe!). De belangrijkste manier waarop Paulus en zijn werk door de gemeente gesteund wordt is door middel van medewerkers die door de gemeente werden uitgezonden. Vele namen en personen duiken in de brieven op en er zijn aanwijzingen dat veel van deze mensen (soms voor enkele jaren) vanuit de gemeenten naar Paulus werden gezonden of in de eigen plaats aan het werk gingen in het spoor van de apostel. Zo is Phoebe een dienares namens de gemeente in Kenchrea {yootooltip title=[(Rom. 16:1) ] width=[400]}1 Ik beveel onze zuster Febe bij u aan, die in dienst staat van de gemeente in Kenchreeën.{/yootooltip}en is Epafroditus een gezondene en dienaar vanuit de gemeente in Filippi {yootooltip title=[(Fil.2:25) ] width=[300]}25 Ik vind het nodig Epafroditus naar u terug te sturen. Hij is mijn broeder, medewerker en medestrijder geweest, en heeft mij namens u bijgestaan in mijn nood.{/yootooltip}. Het medewerker zijn, lijkt verder niet aan voorwaarden verbonden en zo is ieder gemeentelid een potentiële medewerker. Het pleit ervoor om gemeenteleden vrij te stellen voor missionair werk dichtbij en ver weg. Het is niet moeilijk om hier een lijn te trekken naar 1 Korinthe 12, waar ook missionaire taken en gaven de revue passeren.

Paulus als voorbeeld
Als het gaat om de taak die Paulus ziet voor alle gemeenteleden, zijn de teksten van belang waarin Paulus oproept om zijn voorbeeld te volgen. Hij doet dat in 1Kor. 11:1 op een cruciaal punt. Namelijk nadat hij heeft duidelijk gemaakt hoezeer hij bereid is zich aan te passen aan Joden en heidenen met het verlangen om hen voor Christus te winnen. Deze intentie verwacht hij blijkbaar ook van de lezers. Daarom legt hij in 1 Korinthe 10 aan ze uit dat ze midden in de wereld mogen staan en ook maaltijden bij ongelovigen in huis niet moeten schuwen. Op meerdere momenten in de eerste Korinthebrief komt deze intentie boven. Bijvoorbeeld als Paulus schrijft dat huwelijken met een ongelovige niet verbroken moeten worden (wie weet komt de ander tot geloof en wordt hij/zij behouden, 1Kor. 7:12-16). En ook spoort Paulus aan om in de samenkomsten duidelijke taal te spreken, zodat een ongelovige ze niet voor gek verklaart, maar juist onder de indruk raakt (1Kor. 14:20-25).

Geen verkondiging
Wat in het onderzoek wel op viel, is dat de typisch missionaire woorden als ‘prediken’ en ‘evangelie verkondigen’ nooit verbonden zijn met gewone gemeenteleden of de gemeente. Deze woorden blijken voorbehouden te zijn aan mensen als Paulus en Timotheüs. Blijkbaar is er onderscheid in taken binnen het zendingswerk van de eerste eeuw. Andere sleutelwoorden worden wel met de gemeente in verband gebracht: ‘inspanning’ en ‘werk van de Heere’. Paulus spoort er toe aan in 1 Korinthe 15:58, waar de vaste grond van de opstanding een reden is om overvloedig te zijn in het ‘werk van de Heere’ (altijd een missionaire connotatie). Het werk en de inspanning van de gemeente in Thessalonica maakt hen tot een voorbeeld voor andere gelovigen, want ‘het woord van de Heere klinkt van hen uit verder’ en heeft in heel Macedonië en Achaje zijn uitwerking (1Thes. 1:2-8).

Levenswandel
Hoe wordt de betrokkenheid van de gemeente bij de uitbreiding van het Koninkrijk het meest concreet? Dat is vooral in de praktijk van het leven van elke dag. Niet weglopen uit de wereld, maar je plek innemen om daar te ‘schijnen als lichten te midden van een verkeerd en verdorven geslacht’ (Fil. 2:15). Inderdaad, er is een groot contrast tussen binnen en buiten, tussen licht en donker. Dat contrast is er echter niet om afstand te scheppen, maar om uit te nodigen. Waarbij de levens van de gelovigen een leesbare brief zijn, doordat ze zijn in overeenstemming met het evangelie. Met de broederliefde zit het wel goed  in Thessalonica, maar ‘respectabel wandelen tegenover degenen buiten’ is een aandachtspunt (1Thes. 4:9-12). Het kan niet anders of dit spoor van geloven in de praktijk van het dagelijks leven, heeft in die eerste eeuw zijn vruchten afgeworpen. Mijns inziens is dat vandaag ook een aandachtspunt in de kerk, waar het geloof en de theologie van zondag de aansluiting met het werk en de contacten van maandag nogal eens missen. Daar is werk aan de winkel: wie leert ons om (de verzuiling voorbij) midden in de wereld praktisch en concreet christen te zijn? Vanuit de brieven van Paulus kan het belang hiervan met missionaire motieven onderstreept worden.

Elke tijd vraag om zijn eigen analyse en benadering als het gaat om missionair werk. De rol van de gemeente is daarin niet voorgeprogrammeerd. Wel is er, zelfs in Paulus brieven, voldoende aanleiding om ook bij de gemeente en bij ‘gewone’ gemeenteleden  een stuk verantwoordelijkheid en roeping neer te leggen. In deze ‘laatste dagen’ brengt de bevoorrechte gemeente het geloof in praktijk op een uitnodigende manier. Bezield door een verlangen dat zij leren van Paulus, maar dat hij en zij ontvangen van hun Heer: het behoud van mensen.

Martin van Dam